Op dit moment zijn er terugroepacties van Orthovitaal, meer informatie vind je op deze pagina
Een etiket bestaat uit verschillende elementen en we zullen ze allemaal voor je op een rijtje zetten.
Het is zo logisch dat je er waarschijnlijk overheen leest: de naam van het product. Die bestaat meestal uit drie delen, namelijk een merknaam, een serienaam en een term voor de variant van het product. Als je uit de naam van een product niet meteen kunt opmaken wat voor product het is en wat het doet, dan moet de fabrikant er ook nog een fuctienaam bijzetten. Dit is om verwarring en verkeerde verwachtingen te voorkomen.
Elk product belooft iets voor je te doen. Verzorgd haar, een schone was, zachte handen … Een claim gaat nog een stap verder: dan belooft het product een meetbaar resultaat. Er zijn vier soorten claims:
Je mag niet zomaar iets beweren, je moet bewijs leveren dat het klopt. Medische claims mogen alléén op genees- en medische hulpmiddelen staan. Dat beschermt je als consument tegen té mooie beloftes.
Iedereen moet kunnen nazoeken wat er in een product zit. Dus alle ingrediënten moeten op de verpakking óf in de bijsluiter staan. De ingrediënten staan in een vaste volgorde: wat er het meest in zit, staat vooraan in de ingrediëntenlijst. Bekijk je de ingrediëntenlijst van cosmetica, dan zie je nog iets bijzonders. Alle ingrediënten worden vermeld met een zogenaamde INCI-naam (International Nomenclature Cosmetic Ingredients). Daardoor heet elk ingrediënt overal ter wereld hetzelfde. Bijvoorbeeld: ‘aqua’ is water, en ‘aloe barbadensis leaf juice’ is aloëveragel. Zo kun je producten makkelijker vergelijken. Of uitzoeken of er stoffen in zitten die je wilt vermijden.
Op elk voedingssupplement moet staan hoeveel je per dosis binnenkrijgt van de verschillende stoffen, én hoeveel procent van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (adh) dat is. De Nederlandse Gezondheidsraad stelt de richtlijnen voor de adh’s op. Daarnaast staat ook steeds vaker de (Europese) term RI op de verpakking van supplementen. RI staat voor referentie-inname. Het is vergelijkbaar met de adh, met één belangrijk verschil: de RI gaat uit van een gemiddelde, gezonde persoon, de adh houdt rekening met specifieke groepen, zoals kinderen, zwangeren en senioren. De ADH is dus preciezer.
Allergenen zijn stoffen waar mensen allergisch voor kunnen zijn. Denk aan parfum in verzorgingsproducten, of pinda, soja of gluten in etenswaren. Voor de een geen probleem, voor de ander een no-go. Fabrikanten zijn dan ook verplicht veelvoorkomende allergenen te vermelden op de verpakking. Bij voedingsmiddelen staan ze zelfs dikgedrukt.
Ook belangrijk op de verpakking: informatie over de houdbaarheid. Op cosmetica staat een geopend potje afgebeeld met daarin een cijfer en een letter, bijvoorbeeld 12M. Die combinatie geeft aan hoe lang het product na opening houdbaar is; in dit geval 12 maanden. Op natuurlijke producten staat vaak een t.h.t. Oftewel: 'tenminste houdbaar tot’-datum. Tot deze datum is de kwaliteit gegarandeerd, daarna kan de werking afnemen.
Logo’s kunnen helpen bij het kiezen. De Nutri-Score op voedingsmiddelen bijvoorbeeld laat zien hoe (on)gezond een product is binnen zijn categorie. En het vegan logo helpt je producten te vinden zonder dierlijke ingrediënten. Een logo kan kan ook een keurmerk zijn en daarmee kan de fabrikant laten zien dat zijn product duurzaam of diervriendelijk geproduceerd is. Bekende voorbeelden zijn Fair Trade, Rainforest Alliance en EU Ecolabel. Milieu Centraal heeft een handig overzicht gemaakt van alle keurmerken: www.keurmerkenwijzer.nl
Nieuwsgierig naar waar “natuurlijk” en “biologisch” voor staan? Natuurlijk betekent dat een ingrediënt uit de natuur komt. Het zegt niets over hoe dat ingrediënt geteeld of bewerkt is. Biologisch is een wettelijk beschermde term. Het garandeert dat het ingrediënt geteeld is zonder synthetische bestrijdingsmiddelen.