Als je huid over een ruw oppervlak schaaft, kan er een vervelende wond ontstaan: een schaafwond. DA adviseert wat je in dat geval moet doen en hoe je de wond behandelt.


Wat is een schaafwond?

Een schaafwond is een oppervlakkige, licht bloedende wond. Bij een schaafwond is de bovenste laag van de huid open geschuurd, bijvoorbeeld door een val op straat. Bij een schaafwond zie je vaak rode puntjes bloed op de geschaafde huid. Er kan ook wat helder, gelig vocht uit de wond komen. Dit droogt later op tot een gele korst. Een schaafwond kan erg pijnlijk zijn (prikken of branden), dit komt doordat oppervlakkige zenuwuiteinden beschadigd zijn.

Hoe behandel je een schaafwond?

Als je schaafwond bloedt, kun je wat druk op de wond uitoefenen: het liefst met een schoon verband of een schone theedoek. Zit de wond aan je been of arm? Dan kun je deze verbinden en hooghouden.

Als de schaafwond droog is, komt er bijna geen vocht of bloed uit. In dat geval spoel je de wond 1 of 2 minuten uit met lauwwarm water. Is er geen water om mee te spoelen? Gebruik dan een steriel gaasje met ontsmettingsmiddel en ontsmet de wond en de omgeving.

Om je schaafwond zo goed mogelijk te behandelen kan je het beste onderstaande stappen volgen:

Stap 1 - Reinigen en desinfecteren

  1. Spoel de wond schoon met een wondspray of water.
  2. Dep de wond droog met een gaaskompres.
  3. Zit er vuil in de wond? Dan kun je de wond voorzichtig schoonmaken door met een schoon, nat washandje of een in water gedrenkt gaasje over de wond te vegen. Gebruik geen watten! Die laten stofdeeltjes achter in de wond.
  4. Zitten er grotere zandkorrels of steentjes in de wond? Haal die er dan voorzichtig uit met een pincet. Ontsmet de wond daarna met een ontsmettingsmiddel – bij voorkeur een middel dat niet prikt. Blaas niet in de wond!
  5. Maak de wondranden schoon met een wonddoekje.

Stap 2 - Afdekken

  1. Gebruik een niet verklevend wondkompres om de wond af te dekken. Dat is een hoog absorberend kompres dat niet aan de wond kleeft. Het kompres absorbeert het wondvocht. Het is een steriel product en biedt bescherming tegen vuil, vocht en bacteriën. Vervang het kompres regelmatig en gebruik het product eenmalig.

Stap 3 - Fixeren

  1. Gebruik een elastisch fixatiewindsel en zet het vast met een hechtpleister. Een elastisch fixatiewindsel is een langwerpig verband. Je gebruik het om druk uit te oefenen op de wond. Wikkel het windsel zoveel mogelijk “dakpansgewijs”: met slagen die elkaar gedeeltelijk overlappen. Trek het windsel lichtjes aan, zodat het niet afknelt. Scheur vervolgens de benodigde hoeveelheid hechtpleister af en plaats een kant aan het einde van de windsel. Trek de pleister voorzichtig aan en bevestig de andere zijde aan de andere kant van het windsel.

Stap 4 - Nazorg

  1. Is de wond afgedekt met een pleister of verband? Vervang deze dan dagelijks, of zodra het verband vuil is.
  2. Als er een korst op de wond zit, kun je die soepel houden door er vaseline op te smeren. Smeer nooit vaseline op een open wond!
  3. Om het genezingsproces niet te verstoren en infecties te voorkomen, is het belangrijk dat je niet aan de wond komt (krab of peuter dus niet aan de korst). Kort douchen mag (korter dan 10 minuten). Op den duur zal de korst vanzelf loslaten.
  4. Wees bewust dat de nieuwe huid die verschijnt nog erg kwetsbaar is. Later als de huid genezen is, kan er een littekencrème gebruikt worden om zoveel mogelijk littekenweefsel te voorkomen.

Wanneer moet je een schaafwond afdekken?

Een oppervlakkige schaafwond kun je aan de lucht laten drogen. Er vormt zich dan vanzelf een beschermende korst. Als dit niet praktisch is of als de wond diep is, kun je de schaafwond afdekken met een verband dat niet aan de wond kleeft. Dit geeft bescherming tegen schurende kleding.

Wanneer moet je met een schaafwond naar de huisarts gaan?

In deze gevallen is het belangrijk om contact met je huisarts op te nemen:

• Als de schaafwond erg groot of diep is.

• Als er vuil in de wond zit en je dit niet zelf kunt verwijderen.

• Als de wond veel pijn doet.

• Als je ziekt wordt en/of koorts krijgt.

• Als de wond veel bloedt of lang blijft bloeden.

• Als je bepaalde bewegingen niet meer kunt maken.

• Als er tekenen van infectie ontstaan.

• Als de schaafwond in contact is geweest met aarde, straatvuil of mest. In dit geval bespreekt de huisarts of je een tetanusprik nodig hebt.


Maar ook als je ongerust bent of graag advies wilt, kun je contact opnemen met je huisarts.